Nieuws

Kamerleden vragen minister om duidelijkheid over stikstofbeleid

Mijn EA

De politieke partijen ChristenUnie, JA21, SGP en 50PLUS willen opheldering van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de gevolgen en uitwerking van het nieuwe stikstofbeleid. In een uitgebreide lijst met 23 vragen uiten de Kamerleden Grinwis, Goudzwaard, Flach en Struijs zorgen over de communicatie, de juridische gevolgen en de impact van de voorgestelde maatregelen op landbouwbedrijven.

Kritiek op communicatie vanuit het ministerie

De Kamerleden beginnen met kritiek op de manier waarop het kabinet over de stikstofbrief heeft gecommuniceerd. Volgens hen bleef de minister wekenlang stil, terwijl de onrust op het platteland toenam. Zij vragen waarom niet eerder duidelijk is uitgelegd wat het aangekondigde beleid betekent voor gebieden en individuele bedrijven. Ook wordt de minister gevraagd waarom organisaties zoals Agractie met een eigen rekentool de informatievoorziening deels op zich moesten nemen.

De politieke partijen willen bovendien weten of de berekeningen van Agractie over de gevolgen voor de ammoniak- en CO₂-uitstoot en de financiële impact op melkveebedrijven juist zijn. Als dat niet het geval is, moet volgens hen duidelijk worden gemaakt waar de verschillen precies zitten.

Botsende beleidslijnen

Een belangrijk onderdeel van de vragen gaat over de verschillende sporen binnen het stikstofbeleid. De Kamerleden willen weten hoe de bedrijfsspecifieke emissienormen zich verhouden tot maatregelen zoals extensivering, vrijwillige opkoop en de gebiedsgerichte aanpak. Daarbij is volgens de partijen vooral onduidelijk hoe de verschillende maatregelen gezamenlijk uitpakken voor een individueel landbouwbedrijf. Dat geldt zowel voor bedrijven binnen de aangewezen zones als voor bedrijven daarbuiten.

Ook wordt de juridische basis van generieke landelijke normen ter discussie gesteld. De Kamerleden verwijzen naar de uitspraak van de Raad van State over Lieftinghsbroek en vragen de minister of eerst per Natura 2000-gebied moet worden vastgesteld welke natuurkwaliteit bescherming nodig heeft en welke drukfactoren moeten worden aangepakt.

Volgens de vragenstellers volgt een generieke landelijke reductiedoelstelling niet automatisch uit de ecologische doelstelling van ieder afzonderlijk natuurgebied. Zij willen daarom dat de minister duidelijk maakt welk uitgangspunt leidend wordt in de verdere uitwerking van het beleid.

Behoefte aan transparantie

ChristenUnie, JA21, SGP en 50PLUS vragen daarnaast om een openbaar en actueel dashboard. Daarin zou inzichtelijk moeten worden gemaakt hoeveel emissiereductie en natuurherstel inmiddels zijn bereikt. Dat overzicht zou volgens de partijen niet alleen landelijk moeten zijn, maar ook informatie moeten bevatten over Natura 2000-gebieden, regio’s, provincies en sectoren. Ondernemers en overheden moeten daarmee kunnen zien waar zij staan, welke doelen al zijn bereikt en wat nog moet gebeuren.

Gebiedsgerichte aanpak

De rol van provincies vormt een ander belangrijk onderwerp. De Kamerleden willen weten hoeveel ruimte provincies krijgen om de gebiedsgerichte aanpak zelf vorm te geven. Een centrale vraag is of een goed onderbouwd gebiedsplan uiteindelijk ook een alternatief kan vormen voor landelijke bedrijfsspecifieke normen. Als dat niet mogelijk is, vragen de partijen zich af welke betekenis de gebiedsgerichte aanpak van onderop nog heeft.

Ook willen zij weten hoe geborgde gebiedsplannen zich verhouden tot eisen voor extensivering, veebezetting en mestgebruik. Ondernemers moeten volgens de Kamerleden vooraf kunnen weten wanneer een gebiedsplan voldoende resultaat oplevert en op basis van welke berekening dat wordt vastgesteld.

Haalbaarheid van gebiedsplannen

De vier partijen plaatsen bovendien vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van het beleid. Zij vragen of het realistisch is om binnen het door de minister gestelde tijdsbestek voor alle aangewezen gebieden volwaardige gebiedsplannen op te stellen.

Daarbij wordt ook gevraagd of er voldoende procesregisseurs beschikbaar zijn om de gebiedsprocessen zorgvuldig te begeleiden en welke ondersteuning provincies en betrokken gebieden vanuit het Rijk krijgen.

Vraagtekens bij de zonering

Ook de gekozen zones rond natuurgebieden worden kritisch bekeken. De Kamerleden willen weten welke wetenschappelijke onderzoeken en rapporten ten grondslag liggen aan de keuze voor zones van 500 en 1.000 meter. Zij vragen bovendien of kleinere zones zijn onderzocht en hoe de gekozen aanpak zich verhoudt tot een zogenoemde hotspotaanpak, zoals die bij de Veluwe wordt toegepast.

De partijen vragen de minister daarnaast om de volledige rekenmethodiek openbaar te maken. Daarbij gaat het onder meer om rapporten, data, emissie- en depositiecijfers en analyses van alle relevante drukfactoren. Ook willen zij per aangewezen gebied weten waarom precies voor die locatie is gekozen.

Zorgen over verschillen tussen provincies

De Kamerleden signaleren grote verschillen tussen provincies in de manier waarop natuurbeheerplannen worden ingevuld en gemonitord. Zij vragen de minister hoe hij hiermee omgaat en of hij voldoende sturing geeft vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het landelijke stelsel. Als voorbeeld wordt Noord-Brabant genoemd. Daar bestaan volgens de vragenstellers zorgen over de manier waarop verschillende sectoren worden behandeld bij natuurvergunningen.

De partijen willen weten hoe de minister rechtsongelijkheid tussen vergunninghouders kan voorkomen en welke instructies hij provincies hierover wil geven.

Rechtszekerheid voor boeren

Een van de belangrijkste vragen is of boeren daadwerkelijk juridische zekerheid krijgen wanneer zij aan de voorgestelde normen voldoen. De Kamerleden vragen de minister of hij kan garanderen dat een ondernemer die de generieke normen haalt en daarvoor de noodzakelijke maatregelen uitvoert, zijn bedrijf ook daadwerkelijk kan voortzetten en ontwikkelen.

Als die garantie niet kan worden gegeven, willen de partijen weten waarin de rechtszekerheid van het voorgestelde doelsturingsbeleid dan precies bestaat.

Ammoniaknorm voor melkveehouders

Veel vragen richten zich specifiek op de voorgestelde norm van 0,164 kilogram NH₃ per fosfaatrecht. De Kamerleden vragen waarom daarbij alleen emissies uit stallen en mestopslagen lijken te worden meegenomen. Volgens hen blijven emissies uit het veld en bij mestaanwending daarmee mogelijk buiten beeld. Zij vragen of maatregelen zoals meer weidegang, eiwitarmer voeren, het aanzuren van mest, een betere mestkwaliteit en mestverdunning wel volwaardig kunnen meetellen.

De partijen wijzen erop dat veldemissies volgens de vragen een aanzienlijk deel van de ammoniakemissies van de melkveehouderij vormen. Als deze emissies niet meetellen bij de doelsturing, vragen zij of de norm van 0,164 kilogram NH₃ daarom niet moet worden aangepast.

Verschillen tussen landbouwbedrijven

ChristenUnie, JA21, SGP en 50PLUS vragen daarnaast om meer differentiatie tussen verschillende typen melkveebedrijven. Zij wijzen erop dat extensieve en biologische bedrijven niet altijd dezelfde technische maatregelen kunnen of willen toepassen als intensievere bedrijven. Daarom stellen zij de vraag of de norm beter op bedrijfsniveau kan worden toegepast, waarbij ondernemers zelf kunnen bepalen met welke maatregelen zij de noodzakelijke reductie bereiken.

Volgens de partijen zou een systeem waarin verschillende maatregelen zijn toegestaan mogelijk meer draagvlak creëren dan een generieke norm die bedrijven richting intensivering zou kunnen duwen.

Innovatie en bestaande investeringen

Ook innovatie krijgt veel aandacht. De Kamerleden willen weten hoe de norm van 0,164 kilogram NH₃ per fosfaatrecht precies is berekend en hoe wordt omgegaan met fosfaatrechten die door afroming of opkoop verdwijnen. Daarnaast vragen zij naar de rol van innovatie en de bestaande lijst met toegestane technieken. Volgens de partijen is behoefte aan een juridisch houdbare lijst waarin nieuwe technieken en eerdere innovaties opnieuw worden beoordeeld.

Ook managementmaatregelen op dier- en stalniveau zouden volgens hen sneller moeten kunnen worden erkend. Daarbij vragen de Kamerleden aandacht voor de vraag hoe vakmanschap van ondernemers en de opgave rond dierwaardigheid worden meegewogen. Een aparte vraag gaat over boeren die al hebben geïnvesteerd in stalvloeren die later zijn afgekeurd. De partijen willen weten of de emissiereductie die deze vloeren nog steeds realiseren, blijft meetellen.

Klimaatnorm en risico op intensivering

Naast stikstof gaat de vragenlijst ook over de voorgestelde klimaatnorm van 92 kilogram CO₂-equivalent per fosfaatrecht. De Kamerleden willen weten of deze norm haalbaar is voor verschillende bedrijfsstijlen. Daarbij wordt specifiek gewezen op extensieve en biologische bedrijven met relatief weinig fosfaatrechten en veel weidegang.

Ook vragen zij of de koppeling aan fosfaatrechten economisch onbedoeld schaalvergroting en intensivering stimuleert. De minister moet aangeven of dit mogelijke gedragseffect is onderzocht en of alternatieven zijn bekeken die beter aansluiten bij extensieve en biologische bedrijven.

Grondgebondenheid en salderen

Verder vragen de partijen hoe de aangekondigde uitzondering op de grondgebondenheidsnorm voor bedrijven die voldoen aan doelsturing in de praktijk wordt uitgewerkt. Ook willen zij weten wanneer intern en extern salderen weer mogelijk worden. Daarbij vragen ze om ruimte voor afwijkingen op bedrijfsniveau wanneer de doelen op gebiedsniveau worden gehaald.

De onderliggende vraag is of bedrijven en gebieden voldoende ruimte krijgen om gezamenlijk reductiedoelen te realiseren, zonder dat ieder bedrijf exact dezelfde maatregelen hoeft te nemen.

AERIUS en toekomst van vergunningverlening

Tot slot richten de vragen zich op de toekomst van de vergunningverlening en de rol van AERIUS. De Kamerleden vragen hoe ver de overheid is met het verhogen van de rekenkundige ondergrens. Volgens de vragenstellers kan een hogere ondergrens hooguit een tijdelijke oplossing zijn zolang AERIUS een rol speelt bij vergunningverlening. Zij willen daarom weten wanneer het vergunningenstelsel wordt aangepast en vanaf welk moment AERIUS geen rol meer zal spelen.

Politieke oproep om duidelijkheid

Met hun 23 vragen vragen Grinwis, Goudzwaard, Flach en Struijs de minister om veel meer duidelijkheid over de gevolgen van de stikstofbrief. De ChristenUnie, JA21, SGP en 50PLUS leggen daarbij de nadruk op transparantie, uitvoerbaarheid en rechtszekerheid.

De kern van hun vragen is of het nieuwe beleid voldoende ruimte laat voor verschillen tussen gebieden en landbouwbedrijven, terwijl tegelijkertijd de doelen voor natuur, stikstof en klimaat worden gehaald. Vooral de combinatie van generieke normen, gebiedsgerichte oplossingen en individuele rechtszekerheid vormt volgens de vier partijen een belangrijk vraagstuk.


Ontdek meer van Emmen Actueel

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

advertentie
Back to top button