De publieke omroep heeft een duidelijke wettelijke opdracht: het media-aanbod moet voorzien in de democratische, sociale en culturele behoeften van de Nederlandse samenleving en moet op evenwichtige wijze een beeld geven van die samenleving. Toch roept de verdeling van de publieke media-aandacht voor grote evenementen vragen op.
Zo besteedde de NPO dit jaar uitgebreid aandacht aan Lowlands, terwijl andere grote evenementen, zoals de Zwarte Cross en verschillende regionale evenementen, veel minder zichtbaar zijn binnen het landelijke publieke bestel. De vraag is daarmee niet alleen waarom een bepaald festival wel of niet wordt uitgezonden, maar ook hoe de publieke omroep in bredere zin invulling geeft aan pluriformiteit, representativiteit en regionale diversiteit.
Wettelijke opdracht aan de publieke omroep
De Mediawet schrijft voor dat het publieke media-aanbod moet voorzien in de democratische, sociale en culturele behoeften van de Nederlandse samenleving. Daarnaast moet het aanbod op evenwichtige wijze een beeld geven van de samenleving.
Voor de NTR geldt bovendien een specifieke wettelijke taak. Volgens artikel 2.35, eerste lid, van de Mediawet moet de NTR media-aanbod verzorgen dat voorziet in maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften die in de samenleving leven. Samen met het aanbod van de andere landelijke publieke media-instellingen moet dit leiden tot een evenwichtig beeld van de maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke verscheidenheid in Nederland.
Dat roept de vraag op hoe deze wettelijke opdracht in de dagelijkse praktijk wordt ingevuld. Want wie bepaalt uiteindelijk welke evenementen, regio’s en culturele ontwikkelingen zichtbaar worden via de landelijke publieke omroep?
Redactionele onafhankelijkheid staat voorop
Het Commissariaat voor de Media benadrukt dat de publieke omroepen redactioneel onafhankelijk zijn. Zij bepalen zelf over welke evenementen zij verslag doen en welke programma’s zij maken.
Dat betekent dat de overheid of toezichthouder niet kan voorschrijven dat een bepaalde omroep bijvoorbeeld de Zwarte Cross, het TT Festival of een ander evenement moet uitzenden. Een individuele redactionele keuze valt onder de journalistieke en redactionele verantwoordelijkheid van de omroep. Ook de verhouding tussen de verslaggeving van Lowlands en bijvoorbeeld de Zwarte Cross kan daarom niet eenvoudig worden vertaald naar een verplichting om beide evenementen in dezelfde mate te behandelen.
Toch blijft daarmee een bredere vraag bestaan: wanneer zijn verschillende individuele redactionele keuzes gezamenlijk van invloed op het beeld dat de publieke omroep van de Nederlandse samenleving geeft?
Lowlands versus de Zwarte Cross
Die discussie werd opnieuw zichtbaar rond de verslaggeving van Lowlands. De NPO pakte daarbij groot uit: meerdere publieke kanalen besteedden aandacht aan het festival. Dat staat in contrast met bijvoorbeeld de Zwarte Cross, een evenement met een zeer groot bezoekersaantal en een sterk eigen cultureel karakter. De vraag is niet zozeer of Lowlands aandacht verdient. Het festival is zonder twijfel van landelijke betekenis en biedt voldoende journalistieke en culturele onderwerpen.
De vraag is vooral hoe deze keuze zich verhoudt tot de wettelijke opdracht om de maatschappelijke en culturele verscheidenheid van Nederland zichtbaar te maken. Wanneer een festival in de Randstad of een evenement met een bepaald cultureel profiel structureel veel landelijke publieke aandacht krijgt, terwijl grote evenementen buiten de Randstad nauwelijks worden gevolgd, kan dat aanleiding zijn om naar het totaalbeeld te kijken.
Daarbij is het belangrijk om niet direct te concluderen dat sprake is van een politieke of ideologische voorkeur. Daarvoor is geen bewijs. Wel kan worden onderzocht of er sprake is van een structureel verschil in media-aandacht en welke factoren daarbij een rol spelen.
De Evenementenlijst biedt geen uitkomst voor ieder evenement
Een ander onderdeel van de discussie is de zogenoemde Evenementenlijst uit de Mediawet. Deze lijst bevat een aantal sport- en cultuurevenementen die voor een zo breed mogelijk publiek toegankelijk moeten zijn zonder dat daarvoor betaald hoeft te worden. Het gaat daarmee vooral om het voorkomen dat evenementen van groot maatschappelijk belang volledig achter een betaalmuur verdwijnen.
Lowlands staat niet op deze lijst. Pinkpop wel. Ook de TT Assen is opgenomen. Dat betekent echter niet automatisch dat de NPO verplicht is om ieder evenement op de lijst daadwerkelijk uit te zenden. De lijst is in de eerste plaats bedoeld om te waarborgen dat aangewezen evenementen niet exclusief via een betaalde dienst worden aangeboden.
Als een evenement wordt uitgezonden, gelden daarvoor de eisen uit de regeling over open toegankelijkheid. De aanwezigheid van de TT Assen op de lijst betekent dus niet simpelweg dat de NPO ieder jaar een bepaald aantal uren verslag moet maken. De precieze verplichtingen hangen samen met de categorie waarin het evenement is opgenomen en de voorwaarden die daarvoor gelden.
Kritiek op de samenstelling van de Evenementenlijst
Ook de samenstelling van de Evenementenlijst staat ter discussie. Uit de meest recente evaluatie blijkt dat het niet altijd duidelijk is waarom juist Pinkpop, het Eurovisie Songfestival en het Prinsengrachtconcert als culturele evenementen zijn opgenomen. De onderzoekers spreken daarbij van een zekere mate van willekeur in de gemaakte keuzes.
Tegelijkertijd blijkt het lastig om een lijst samen te stellen die recht doet aan een publiek met sterk uiteenlopende en veranderende interesses. Daarmee ontstaat opnieuw de vraag: welke evenementen worden gezien als representatief voor Nederland en wie bepaalt dat? De verantwoordelijkheid daarvoor ligt uiteindelijk bij de overheid en de betrokken partijen binnen het publieke mediabestel, terwijl de omroepen hun eigen redactionele onafhankelijkheid behouden.
Wie bewaakt de pluriformiteit?
Het Nederlandse publieke omroepbestel is gebaseerd op een extern pluriform systeem. Verschillende omroepverenigingen verzorgen media-aanbod vanuit hun eigen identiteit, achterban en maatschappelijke opdracht. De NPO heeft daarbij een coördinerende rol. Het idee achter dit bestel is dat verschillende omroepen samen zorgen voor een breed en pluriform aanbod. Niet één organisatie hoeft op zichzelf de volledige samenleving te vertegenwoordigen; het totale aanbod moet dat doen.
Het Commissariaat voor de Media houdt toezicht op verschillende aspecten van het functioneren van het publieke bestel. Daarbij gaat het onder meer om onafhankelijkheid, toegankelijkheid, journalistieke kwaliteit, governance en gedrag en cultuur. Maar het Commissariaat voor de Media benadrukt tegelijkertijd dat het niet over de inhoud van individuele programma’s gaat en geen redactionele keuzes maakt voor bepaalde genres of evenementen. Daarmee ontstaat een interessante scheidslijn tussen toezicht op het bestel en de inhoud van het aanbod.
Wel onderzoek naar representativiteit, maar niet naar regionale spreiding
Opvallend in de reactie van het Commissariaat voor de Media is dat het wel onderzoek doet naar representativiteit van het media-aanbod. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar de verhouding tussen mannen en vrouwen in het publieke media-aanbod. Op die manier probeert het Commissariaat voor de Media inzicht te geven in de mate waarin bepaalde groepen zichtbaar zijn binnen de publieke media.
Regionale spreiding wordt daarbij echter niet op dezelfde manier onderzocht. Dat roept een relevante vervolgvraag op. Nederland bestaat immers niet alleen uit verschillende bevolkingsgroepen, maar ook uit verschillende regio’s met hun eigen culturele identiteit, evenementen, tradities en maatschappelijke ontwikkelingen. Als regionale spreiding geen onderdeel is van het representativiteitsonderzoek, hoe wordt dan inzichtelijk gemaakt of de regionale verscheidenheid van Nederland voldoende zichtbaar is in het landelijke publieke media-aanbod?
Waar ligt de grens tussen redactionele vrijheid en structurele scheefgroei?
Daarmee komen we bij een belangrijk juridisch en maatschappelijke vraagstuk. Het is begrijpelijk dat een omroep niet verplicht kan worden om ieder evenement in dezelfde mate te verslaan. Een redactie moet journalistieke keuzes kunnen maken. De ene gebeurtenis kan nu eenmaal relevanter zijn voor een bepaald programma of publiek dan de andere.
Maar wat gebeurt er wanneer een groot aantal individuele keuzes steeds dezelfde richting op wijst? Wanneer bijvoorbeeld grote evenementen in de Randstad structureel veel landelijke publieke aandacht krijgen en vergelijkbare evenementen in andere delen van Nederland nauwelijks aan bod komen, kan de vraag ontstaan of dit nog uitsluitend het resultaat is van afzonderlijke redactionele keuzes.
Of is er op enig moment sprake van een structureel patroon dat moet worden bekeken in het licht van de wettelijke eis van een evenwichtige weerspiegeling van de Nederlandse samenleving? Dat onderscheid is van belang. Het gaat dan niet om de vraag of één bepaald festival verplicht moet worden uitgezonden, maar om de vraag of het totale media-aanbod voldoende recht doet aan de diversiteit van Nederland.
Ook in Drenthe speelt de discussie
De discussie is niet beperkt tot de vergelijking tussen Lowlands en de Zwarte Cross. Ook in Drenthe zijn grote evenementen die een belangrijke rol spelen in het culturele en maatschappelijke leven van de provincie. Denk bijvoorbeeld aan het TT Festival, het Boerenrock Festival en het Hello Festival.
Bij dergelijke evenementen is de aanwezigheid van landelijke publieke media volgens betrokkenen beperkt of nauwelijks zichtbaar. Dat betekent niet automatisch dat deze evenementen onvoldoende aandacht krijgen. Regionale omroepen, lokale media en commerciële media kunnen uiteraard wel verslag doen.
Maar het roept wel de vraag op in hoeverre dergelijke evenementen onderdeel zijn van het landelijke beeld dat de publieke omroep van Nederland presenteert.
Geen bewijs voor politieke voorkeur, wel reden voor onderzoek
Bij deze discussie is terughoudendheid belangrijk. Er is geen bewezen politieke reden waarom Lowlands meer aandacht zou krijgen dan andere festivals. Ook kan niet zonder meer worden gesteld dat de NPO bewust kiest voor Randstedelijke cultuur.
Wel kan worden gekeken naar patronen in de programmering en verslaggeving. Welke evenementen worden uitgebreid gevolgd? Welke evenementen krijgen slechts incidenteel aandacht? Welke regio’s komen veelvuldig in beeld en welke nauwelijks? Juist omdat de publieke omroep een wettelijke opdracht heeft om de maatschappelijke en culturele verscheidenheid van Nederland zichtbaar te maken, zijn dat legitieme vragen.
De vraag aan de NTR
De reactie van het Commissariaat maakt duidelijk dat individuele redactionele keuzes bij de omroepen liggen. Daarmee is echter nog niet volledig beantwoord hoe wordt bewaakt dat het totale publieke media-aanbod evenwichtig en pluriform blijft. Daarom ligt een belangrijke vraag bij de NTR:
Waar ligt volgens de NTR de grens tussen een individuele redactionele keuze, die onder de redactionele onafhankelijkheid van de publieke media-instelling valt, en een structureel patroon in het totale publieke media-aanbod dat aanleiding kan geven om te beoordelen of nog wordt voldaan aan de pluriformiteits-, representativiteits- en evenwichtseisen van artikel 2.1 van de Mediawet?
Daarnaast is het relevant om te weten welke criteria de NTR hanteert bij de keuze voor landelijke verslaggeving en in hoeverre regionale spreiding daarbij een rol speelt. Want uiteindelijk gaat de discussie niet alleen over Lowlands, de Zwarte Cross, TT, Boerenrock Festival of Hello Festival. Het gaat om een fundamentelere vraag: hoe ziet Nederland eruit door de ogen van zijn publieke omroep, en worden alle delen van die samenleving daarin voldoende herkend en vertegenwoordigd? De NTR en de andere omroepverenigingen komen later met een uitgebreide reactie.
Ontdek meer van Emmen Actueel
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

