Ga naar inhoud
Nieuws

Drenthe gaat de jeugdzorg anders organiseren: één regio, één organisatie, maar wordt het ook beter?

De jeugdzorg in Drenthe staat aan de vooravond van een flinke verandering. De twaalf Drentse gemeenten willen de regionale jeugdhulp vanaf 1 januari 2027 onderbrengen in één gezamenlijke organisatie: de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio Drenthe, kortweg GR JHRD. Op papier klinkt dat misschien als een bestuurlijke operatie waar vooral ambtenaren en bestuurders iets van merken. Maar achter die nieuwe organisatie schuilt een veel grotere vraag: kan Drenthe de jeugdzorg hiermee daadwerkelijk beter, duidelijker en beter beschikbaar maken voor kinderen, jongeren en gezinnen die hulp nodig hebben?

De verandering komt niet helemaal uit de lucht vallen. De Drentse gemeenten werken al jaren samen op het gebied van jeugdhulp, maar die samenwerking is verdeeld over verschillende verbanden. Zo is er het Prestatiemanagementteam Zuid-Drenthe, waarin onder meer Emmen, Coevorden, Hoogeveen, Meppel en andere gemeenten samenwerken. In Noord- en Midden-Drenthe is er de NMD-samenwerking en daarnaast bestaat er al een regionaal team van de Jeugdhulpregio Drenthe. De gemeenten erkennen zelf dat deze constructie in de loop der jaren behoorlijk ingewikkeld is geworden. In het traject ‘Omarm de complexiteit’ werd geconstateerd dat de samenwerking versnipperd, onduidelijk en kwetsbaar was georganiseerd.

Van drie samenwerkingen naar één verhaal

Met de nieuwe gemeenschappelijke regeling moet een einde komen aan die versnippering. De verschillende regionale taken worden samengebracht in één organisatie. Daarmee willen de gemeenten niet zozeer een compleet nieuwe bestuurslaag optuigen, maar vooral bestaande taken slimmer en overzichtelijker organiseren. De nieuwe organisatie moet deskundig, zorgvuldig en samenwerkingsgericht werken en ervoor zorgen dat voor gemeenten, zorgaanbieders en professionals duidelijker is wie waarvoor verantwoordelijk is. De gemeente Emmen benadrukt dan ook dat het niet gaat om een ingrijpende reorganisatie van de hele jeugdzorg, maar om het beter organiseren van de regionale taken die er al zijn.

Dat klinkt misschien technisch, maar voor de jeugdzorg is overzicht juist belangrijk. Een gezin dat met meerdere problemen te maken krijgt, heeft weinig aan een systeem waarin voor iedere vraag een andere organisatie, gemeente of regionale samenwerking verantwoordelijk is. Ook hulpverleners kunnen last hebben van versnippering wanneer zij voor verschillende gemeenten met verschillende afspraken of aanspreekpunten te maken krijgen. De nieuwe GR moet daar meer lijn in brengen. Vanaf 1 januari 2027 moet er één regionale organisatie zijn, gevestigd in Assen, met één herkenbaar aanspreekpunt voor de regionale jeugdhulptaken.

Voor ouders verandert er morgen nog niets

Wie nu als ouder of jongere met jeugdhulp te maken heeft, hoeft overigens niet te verwachten dat er op 1 januari ineens een compleet nieuw loket opengaat. De gemeente geeft nadrukkelijk aan dat er op korte termijn weinig verandert in de dagelijkse samenwerking. De veranderingen vinden in eerste instantie vooral achter de schermen plaats. Contracten, regionale afspraken, inkoop, ondersteuning en verantwoordelijkheden worden anders georganiseerd.

Toch kan die verandering op termijn wel degelijk merkbaar worden. De nieuwe organisatie moet ervoor zorgen dat specialistische jeugdhulp in Drenthe beter beschikbaar blijft en dat gemeenten gezamenlijk sterker kunnen sturen op het regionale zorgaanbod. Dat is belangrijk, want niet iedere vorm van jeugdhulp kan in iedere Drentse gemeente afzonderlijk worden georganiseerd. Juist voor specialistische hulp is samenwerking noodzakelijk. De twaalf gemeenten willen daarom gezamenlijk werken aan een zorglandschap waarin voor complexe hulpvragen passende ondersteuning beschikbaar blijft. De wetgeving vormt daarbij een belangrijke aanleiding: de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten om bepaalde vormen van jeugdhulp regionaal te organiseren.

Eén organisatie betekent niet automatisch minder wachtlijsten

En daar ligt meteen de belangrijkste uitdaging. Want het samenvoegen van organisaties is één ding; ervoor zorgen dat een jongere daadwerkelijk sneller de juiste hulp krijgt, is iets anders. Een nieuwe gemeenschappelijke regeling kan de samenwerking verbeteren, maar levert niet automatisch extra behandelplekken, meer jeugdhulpverleners of kortere wachtlijsten op.

Daarom zal de nieuwe organisatie uiteindelijk vooral moeten worden beoordeeld op wat er in de praktijk gebeurt. Kunnen gemeenten sneller reageren wanneer ergens een tekort aan specialistische hulp ontstaat? Kunnen zorgaanbieders makkelijker afspraken maken? Wordt het voor professionals duidelijker wie waarvoor verantwoordelijk is? En vooral: merken jongeren en ouders dat zij sneller en beter passende hulp krijgen wanneer zij die nodig hebben? Dat zijn de vragen waarop de nieuwe regionale organisatie uiteindelijk haar waarde zal moeten bewijzen.

De ambitie is in ieder geval duidelijk. De GR JHRD moet bijdragen aan zowel de betaalbaarheid als de beschikbaarheid van gespecialiseerde jeugdzorg in Drenthe. De gemeenten willen niet alleen voldoen aan een wettelijke verplichting, maar zien de nieuwe samenwerking ook als noodzakelijk om de jeugdhulp beter te organiseren.

Emmen gaat er financieel flink op vooruit… of toch niet?

Voor de gemeente Emmen heeft de verandering nog een andere kant. De nieuwe regionale organisatie kost de gemeente structureel meer geld, zo schrijft het college van burgemeester en wethouders in het raadsvoorstel dat donderdag 8 oktober 2026 voorligt aan de gemeenteraad. In 2027 bedraagt de bijdrage van Emmen aan de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulpregio Drenthe (GR JHRD) €1.761.211. De structurele lasten voor de gemeente stijgen met in totaal €579.000. Daarvan komt €204.000 voor rekening van hogere organisatiekosten. De overige €375.000 is het gevolg van een nieuwe verdeelsleutel, waardoor Emmen een groter aandeel van de regionale kosten gaat betalen.

Die €204.000 heeft voor een deel te maken met kosten die nu nog binnen de gemeentelijke organisatie worden gemaakt, maar straks bij de regionale organisatie terechtkomen. Denk aan ICT, huisvesting, werkplekken en ondersteuning. Daarnaast stijgen de kosten voor de taken die het huidige regioteam uitvoert. Voor dit deel zegt de gemeente dekking te kunnen vinden binnen de bestaande budgetten voor jeugdhulp.

De andere €375.000 ligt politiek gevoeliger. Emmen betaalt nu 24,7 procent van de kosten van de regionale samenwerking. Dat percentage stamt uit afspraken uit 2020 en is volgens het college de afgelopen jaren niet meer geactualiseerd. In de nieuwe situatie wordt de bijdrage gebaseerd op het aandeel jeugdmiddelen dat gemeenten vanuit het Rijk ontvangen. Voor Emmen betekent dat dat het aandeel stijgt naar 26,8 procent. Het gevolg: jaarlijks €375.000 extra betalen.

Voor de gemeenteraad is dat een belangrijk punt. Het geld moet immers ergens vandaan komen. Voor de extra €375.000 is binnen het bestaande jeugdhulpbudget geen dekking gevonden. Het college stelt daarom voor om het bedrag als taakstelling binnen programma 10 op te nemen. De discussie over de nieuwe jeugdzorgorganisatie gaat daarmee niet alleen over zorg en samenwerking, maar ook over gemeentelijke financiën.

Meer regionale samenwerking, maar de raad houdt de vinger aan de pols

Een ander belangrijk onderdeel van de nieuwe regeling is de verhouding tussen regionale samenwerking en lokale democratische controle. Zodra gemeenten taken gezamenlijk organiseren, bestaat altijd het risico dat besluiten verder van de lokale politiek komen te staan. De gemeenteraad van Emmen wil, net als verschillende andere gemeenteraden, voorkomen dat de regionale samenwerking een soort black box wordt waar belangrijke besluiten worden genomen zonder dat lokale volksvertegenwoordigers daar voldoende invloed op hebben.

In de nieuwe regeling zijn daarom afspraken opgenomen over de betrokkenheid van de gemeenteraden. Bij belangrijke besluiten moeten de raden vooraf gelegenheid krijgen om een zienswijze te geven. Ook is de mogelijkheid opgenomen om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen die het algemeen bestuur van de GR kan adviseren. Daarmee moet de democratische controle op de regionale samenwerking sterker worden.

Dat is geen onbelangrijk detail. Juist omdat jeugdzorg politiek en maatschappelijk gevoelig is, moeten bestuurders kunnen uitleggen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Als de kosten stijgen, moet duidelijk zijn waarom. Als een bepaalde vorm van zorg niet beschikbaar is, moet duidelijk zijn waar dat aan ligt. En als de regionale samenwerking succesvol is, moeten gemeenten kunnen laten zien welke resultaten daarmee zijn bereikt.

Ook voor jeugdhulpaanbieders verandert er het nodige

Voor jeugdhulpaanbieders betekent de nieuwe organisatie vooral dat zij te maken krijgen met één regionale structuur voor de taken die gezamenlijk worden uitgevoerd. De huidige aanbieders zijn al geïnformeerd over de voorgenomen verandering. De gemeente geeft aan dat zij vooral willen weten wat er precies verandert, wie hun aanspreekpunt wordt en wanneer de veranderingen plaatsvinden.

Dat kan uiteindelijk een voordeel zijn. In plaats van verschillende regionale werkwijzen kan er meer uniformiteit ontstaan. Contractmanagement en regionale inkoop kunnen vanuit één organisatie worden geregeld. Ook kan het voor aanbieders duidelijker worden waar zij terechtkunnen met vragen of problemen.

Maar de overgang vraagt tegelijkertijd veel van de mensen die de jeugdhulp organiseren. Contracten moeten worden overgezet, medewerkers moeten weten waar zij aan toe zijn en processen moeten opnieuw worden ingericht. Juist daarom is het belangrijk dat de overgang zorgvuldig verloopt. Een organisatie die bedoeld is om meer duidelijkheid te brengen, moet voorkomen dat er tijdens de overgang juist nieuwe onduidelijkheid ontstaat.

De mensen achter de jeugdzorg

Daarbij is er nog een belangrijke groep die gemakkelijk onderbelicht raakt: de medewerkers zelf. Het raadsvoorstel maakt duidelijk dat de medewerkers van de huidige samenwerkingsverbanden nog wachten op definitieve duidelijkheid over hun positie. Zij kunnen pas definitief worden geplaatst nadat alle gemeenten hebben besloten over de nieuwe organisatie.

Dat brengt een risico met zich mee. Als de besluitvorming lang duurt en medewerkers ondertussen elders werk vinden, kan kennis verloren gaan. En juist in de jeugdzorg is ervaring belangrijk. De mensen die dagelijks bezig zijn met regionale inkoop, contractmanagement en het organiseren van specialistische hulp kennen het zorglandschap, de aanbieders en de knelpunten.

Een nieuwe organisatie kan nog zo mooi op papier zijn ingericht, maar uiteindelijk zijn het de mensen die ervoor moeten zorgen dat de organisatie werkt.

Niet alles verhuist naar Assen

Het beeld van één jeugdzorgorganisatie voor heel Drenthe kan gemakkelijk de indruk wekken dat vanaf 1 januari alles centraal vanuit Assen wordt geregeld. Zo ver gaat het voorstel echter niet. Er wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijke basistaken en aanvullende taken. De wettelijke taken worden regionaal georganiseerd.

Voor aanvullende taken kunnen gemeenten afzonderlijke afspraken maken met de nieuwe organisatie. Dat betekent dat niet iedere gemeente automatisch aan iedere aanvullende regionale taak hoeft deel te nemen. Daarmee blijft er ruimte voor lokaal maatwerk. Dat is belangrijk voor een provincie als Drenthe, waar de gemeenten onderling behoorlijk kunnen verschillen. De situatie in Emmen is niet automatisch dezelfde als die in Aa en Hunze of Tynaarlo. Regionale samenwerking kan veel voordelen hebben, maar lokaal maatwerk blijft noodzakelijk.

De kunst wordt dus om het beste van twee werelden te combineren: regionaal samenwerken waar dat nodig is en lokaal blijven doen wat lokaal beter werkt.

De echte winst moet uiteindelijk bij de jeugd terechtkomen

Daarmee komen we bij de kern van het verhaal. De nieuwe gemeenschappelijke regeling is geen doel op zichzelf. Niemand wordt beter van een nieuwe organisatiestructuur alleen. De echte winst moet uiteindelijk terechtkomen bij de jongeren en gezinnen die met jeugdhulp te maken hebben.

Als een kind specialistische hulp nodig heeft, moet die hulp beschikbaar zijn. Als ouders niet weten waar ze terechtkunnen, moet het systeem duidelijk zijn. Als een hulpverlener vastloopt omdat verschillende organisaties langs elkaar heen werken, moet de nieuwe regionale structuur juist helpen om dat probleem op te lossen.

Daarom is het verstandig om de komende jaren niet alleen te kijken naar begrotingen, organisatieschema’s en bestuurlijke afspraken, maar vooral naar de praktijk. Hoe lang moeten jongeren wachten? Hoe vaak komt het voor dat passende hulp niet beschikbaar is? Hoe ervaren ouders de samenwerking tussen organisaties? Kunnen hulpverleners hun werk goed doen? En lukt het om kinderen met complexe problemen daadwerkelijk een samenhangend hulpaanbod te bieden? Dat zijn uiteindelijk de cijfers en verhalen die ertoe doen.

1 januari 2027: start van een nieuw hoofdstuk

De twaalf Drentse gemeenten willen de nieuwe gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2027 laten ingaan. Daarvoor moeten alle gemeenten instemmen. Daarna moet de regeling officieel worden bekendgemaakt voordat deze daadwerkelijk in werking treedt. De komende maanden zijn daarmee cruciaal. Niet alleen voor bestuurders, maar ook voor de medewerkers en organisaties die dagelijks met jeugdhulp bezig zijn.

Drenthe kiest bewust voor meer regionale samenwerking. Dat is begrijpelijk: specialistische jeugdhulp houdt niet op bij de gemeentegrens en complexe problemen laten zich nu eenmaal niet altijd oplossen vanuit één gemeente. Tegelijkertijd kost die samenwerking geld en vraagt ze om duidelijke democratische controle. De nieuwe Jeugdhulpregio Drenthe krijgt daarom een flinke opdracht mee. Zij moet bewijzen dat één regionale organisatie meer kan bereiken dan een verzameling afzonderlijke samenwerkingen.

Uiteindelijk gaat het niet om de vraag of Drenthe vanaf 2027 één organisatie voor de regionale jeugdhulp heeft. Het gaat erom of een jongere die hulp nodig heeft, dankzij die organisatie sneller op de juiste plek terechtkomt. Als dat lukt, is de bestuurlijke verandering meer dan een reorganisatie. Dan kan 1 januari 2027 daadwerkelijk het begin zijn van een sterker en overzichtelijker jeugdhulpsysteem in Drenthe.

Als dat niet lukt, blijft de belangrijkste vraag boven de nieuwe organisatie hangen: is het systeem vooral veranderd, of is de jeugdzorg er ook echt beter van geworden?

EMMEN ACTUEEL · NIEUWSBRIEF
Oog voor wat er speelt in de regio!

Het belangrijkste nieuws uit Emmen in je mailbox

Ontvang iedere week het belangrijkste nieuws uit Emmen en omgeving. Gratis en overzichtelijk.

Gratis · Wekelijks · Op ieder moment afmelden. Privacyverklaring