De lokale publieke omroepen staan aan de vooravond van de grootste hervorming in tientallen jaren. Voor de gemeenten Emmen en Coevorden betekent dit dat streekomroep ZO!34 onder de nieuwe regels gaat vallen. Met de Wet versterking lokale omroepen wil het kabinet de lokale journalistiek toekomstbestendig maken door de invoering van maximaal tachtig streekomroepen, landelijke financiering en een grotere rol voor het Commissariaat voor de Media. Volgens voorstanders zorgt de nieuwe opzet voor meer professionaliteit, financiële stabiliteit en sterkere lokale journalistiek. Tegenstanders vrezen juist dat de lokale identiteit verloren gaat, vrijwilligers afhaken en de afstand tussen omroepen en inwoners groter wordt. Maar wat verandert er precies, en welke gevolgen heeft de hervorming voor gemeenten, omroepen en inwoners?
De Tweede Kamer heeft op 2 juli ingestemd met de Wet versterking lokale omroepen, inclusief een aantal amendementen en moties. Met de nieuwe wet verandert de organisatie en financiering van de lokale publieke omroepen ingrijpend. De verantwoordelijkheid voor de financiering verschuift van gemeenten naar het Rijk.
Maximum tachtig streekomroepen
Een van de belangrijkste wijzigingen is dat het maximum van tachtig streekomroepen blijft bestaan. De huidige streekindeling verandert daardoor niet. Wel wordt dit maximum vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur, zodat het in de toekomst eenvoudiger kan worden aangepast als daar aanleiding toe is.
Verandering financiering
Ook verandert de financiering van de lokale publieke omroepen. Het Rijk wordt verantwoordelijk voor de bekostiging van de streekomroepen, terwijl gemeenten geen formele financieringsverantwoordelijkheid meer hebben. Het huidige richtsnoerbedrag voor lokale omroepen verdwijnt uit het gemeentefonds en wordt ondergebracht bij de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Rol gemeenteraden
Gemeenteraden blijven wel een belangrijke rol spelen bij de aanwijzing van een streekomroep. Iedere vijf jaar brengen zij advies uit over het Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO) en de lokale verankering van de omroep. Ook de Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) brengt advies uit over het concessiebeleidsplan en de begroting. Het Commissariaat voor de Media neemt uiteindelijk het definitieve besluit over de aanwijzing.
Rijksbekostiging
Volgens het wetsvoorstel moet de rijksbekostiging voldoende zijn om de publieke mediaopdracht, waaronder lokale journalistiek, uit te voeren. Gemeenten zijn daardoor niet verplicht om extra financiële steun te geven. Zij kunnen daar wel vrijwillig voor kiezen. Dankzij een aangenomen amendement is het mogelijk om ook tijdens de vijfjarige aanwijzingsperiode aanvullende financiering beschikbaar te stellen. Een besluit hierover moet uiterlijk op 1 augustus van het voorafgaande jaar worden genomen en geldt voor het volledige verzorgingsgebied van de streekomroep. Deze mogelijkheid kan voor het eerst worden gebruikt voor financiering in 2029.
PBO
Daarnaast wordt vastgelegd dat het PBO een vertegenwoordiger uit iedere gemeente binnen het verzorgingsgebied van de streekomroep moet bevatten. Daarmee moet de betrokkenheid van alle deelnemende gemeenten worden gewaarborgd.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gaat gemeenten ondersteunen bij de invoering van het nieuwe stelsel. In het najaar worden zes regionale bijeenkomsten georganiseerd waarin de gewijzigde wet en de gevolgen voor gemeenten worden toegelicht. Ook verschijnt later dit jaar een geactualiseerde handreiking die gemeenten ondersteunt bij de nieuwe aanwijzingsprocedure en de gewijzigde verantwoordelijkheden.
VNG
De VNG staat in grote lijnen positief tegenover de hervorming van de lokale publieke omroepen, maar had ook belangrijke bezwaren. De VNG steunt het doel om lokale omroepen professioneler te maken en hun financiële basis te versterken. Ook onderschrijft de vereniging de ontwikkeling naar streekomroepen, omdat die volgens de VNG kunnen bijdragen aan een sterker en toekomstbestendiger lokaal medialandschap. De VNG heeft bovendien meegewerkt aan de uitwerking van de nieuwe streekindeling en de totstandkoming van het wetsvoorstel.
Kritisch
Tegelijkertijd was de VNG kritisch op het besluit om de financiering volledig van gemeenten naar het Rijk over te hevelen. De vereniging pleitte voor een tussenvorm waarbij zowel het Rijk als gemeenten verantwoordelijk zouden blijven voor de bekostiging. Volgens de VNG zou daarmee de formele band tussen gemeenten en hun lokale omroep behouden blijven. Het kabinet heeft dat voorstel niet overgenomen en gekozen voor volledige rijksfinanciering. Gemeenten houden wel een adviserende rol bij de aanwijzing van de streekomroep en kunnen ervoor kiezen aanvullend geld beschikbaar te stellen.
Daarnaast vond de VNG dat de toelichting bij het wetsvoorstel een te eenzijdig beeld gaf van de rol van gemeenten. Volgens de vereniging werd onvoldoende erkend dat veel gemeenten zich de afgelopen jaren al hebben ingezet om lokale omroepen te ondersteunen en te versterken.
Over de uitvoering is de VNG juist relatief positief. De vereniging verwacht geen grote uitvoeringsproblemen voor gemeenten en ondersteunt gemeenten bij de invoering van het nieuwe stelsel met regiobijeenkomsten en een geactualiseerde handreiking.
Lokale identiteit gaat verloren
De hervorming van de lokale publieke omroepen stuit op kritiek om verschillende redenen. Een veelgehoord bezwaar is dat de vorming van grotere streekomroepen ten koste gaat van de lokale identiteit. Critici vrezen dat kleinere dorpen en gemeenten minder aandacht krijgen en dat de afstand tussen de omroep en de inwoners groter wordt.
Leidt schaalvergroting tot betere journalistiek?
Daarnaast bestaat er twijfel of schaalvergroting daadwerkelijk leidt tot betere journalistiek. Volgens verschillende omroepen en ook de Raad van State is onvoldoende aangetoond dat grotere organisaties automatisch zorgen voor een hogere journalistieke kwaliteit. Zij vinden dat het kabinet die aanname niet overtuigend heeft onderbouwd.
Ook is er kritiek op de financiering en de uitvoering van de hervorming. Lokale omroepen wijzen erop dat er lange tijd onduidelijkheid bestond over de bekostiging en dat zij zich moesten voorbereiden op een ingrijpende reorganisatie terwijl belangrijke onderdelen van de wetgeving nog niet waren uitgewerkt. Daardoor ontstond onzekerheid over de toekomst van veel omroepen.
Te veel invloed NLPO
Verder vinden sommige omroepen dat de Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) te veel invloed heeft op het proces en onvoldoende rekening houdt met de wensen van individuele lokale omroepen. Ook het vastleggen van een maximum van tachtig streekomroepen wordt door critici als arbitrair beschouwd, omdat volgens hen onvoldoende rekening wordt gehouden met regionale verschillen.
Meer stabiliteit en minder afhankelijkheid van gemeentelijke budgetten
Voorstanders van de hervorming stellen daar tegenover dat grotere streekomroepen professioneler kunnen werken, financieel sterker worden en beter in staat zijn om kwalitatief hoogwaardige lokale journalistiek te bedrijven. Volgens hen zorgt de landelijke financiering bovendien voor meer stabiliteit en minder afhankelijkheid van gemeentelijke budgetten.
Leegloop van vrijwilligers en minder ruimte voor vrijwilligers
Veel lokale omroepen draaien grotendeels op vrijwilligers. Critici vrezen dat bij de vorming van grotere streekomroepen deze vrijwilligers afhaken, omdat de omroep minder lokaal wordt en zij zich minder betrokken voelen. Ook bestaat de zorg dat de nadruk meer komt te liggen op professionele redacties, waardoor er minder ruimte is voor vrijwilligers die jarenlang het lokale nieuws, sport en evenementen hebben verzorgd.
Betere ondersteuning vrijwilligers
Tegenover die kritiek staat dat voorstanders juist stellen dat vrijwilligers niet zullen verdwijnen, maar beter ondersteund kunnen worden door professionele journalisten en een grotere organisatie. Volgens hen ontstaat daardoor een combinatie van professionele journalistiek en lokale betrokkenheid, waarbij vrijwilligers een belangrijke rol blijven spelen. De vraag of dat in de praktijk ook zo uitpakt, is echter een punt waar binnen de sector verschillend over wordt gedacht.
Met de Wet versterking lokale omroepen krijgt het Commissariaat voor de Media een grotere rol bij de organisatie van de lokale publieke omroepen. Waar gemeenten nu nog een belangrijke positie hebben bij de aanwijzing van een lokale omroep, wordt het Commissariaat straks de instantie die uiteindelijk beslist welke streekomroep de publieke mediaopdracht mag uitvoeren.
Onder het nieuwe stelsel wijst het Commissariaat eens per vijf jaar een streekomroep aan voor een bepaald verzorgingsgebied. Daarbij worden twee adviezen meegewogen. Gemeenteraden adviseren over de lokale verankering van de omroep en het Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO), terwijl de Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) advies uitbrengt over onder meer het concessiebeleidsplan en de begroting. Beide adviezen wegen even zwaar.
Het Commissariaat beoordeelt vervolgens of een kandidaat-streekomroep voldoet aan de wettelijke eisen op het gebied van bestuur, financiën, journalistieke kwaliteit en de inrichting van het PBO. Op basis daarvan neemt het de definitieve beslissing over de aanwijzing.
Naast deze nieuwe taak blijft het Commissariaat toezicht houden op de naleving van de Mediawet. Ook controleert het of publieke middelen rechtmatig worden besteed en of de streekomroep de publieke mediaopdracht goed uitvoert.
De grotere rol van het Commissariaat leidt tot discussie binnen de sector. Voorstanders vinden dat een onafhankelijke landelijke toezichthouder beter kan beoordelen welke omroep aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoet. Critici vrezen juist dat hierdoor de invloed van gemeenten afneemt en dat er minder oog zal zijn voor de lokale situatie en de binding met inwoners.
Politieke partijen verdeeld over hervorming lokale publieke omroepen
De hervorming van de lokale publieke omroepen kan rekenen op brede steun in de Tweede Kamer, maar de manier waarop de lokale journalistiek in de toekomst wordt georganiseerd, verdeelt de politiek. Waar voorstanders de nieuwe wet zien als een noodzakelijke stap naar professionele en financieel sterkere streekomroepen, vrezen tegenstanders dat de lokale identiteit en betrokkenheid onder druk komen te staan.
De Tweede Kamer heeft op 2 juli 2026 ingestemd met de Wet versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau. Het wetsvoorstel werd met 113 stemmen vóór en 37 tegen aangenomen.
Een ruime meerderheid van de Kamer steunde de wet. Voor stemden PRO, SP, 50PLUS, D66, Volt, Partij voor de Dieren, CDA, VVD, SGP, ChristenUnie, JA21 en BBB. Tegen waren PVV, Forum voor Democratie, DENK, Groep Markuszower en het lid Keijzer.
Met de nieuwe wet wil het kabinet de lokale publieke omroepen toekomstbestendiger maken. Een belangrijke verandering is dat de financiering niet langer via de gemeenten loopt, maar rechtstreeks vanuit het Rijk. Daarnaast wordt gestreefd naar één lokale publieke media-instelling per verzorgingsgebied. Ook moet de samenwerking tussen lokale omroepen worden versterkt, zodat zij beter in staat zijn hun journalistieke taak uit te voeren en inwoners te informeren over de lokale democratie.
De wet wordt door voorstanders gezien als een belangrijke stap om de kwaliteit en continuïteit van de lokale journalistiek te verbeteren. Nu de Tweede Kamer heeft ingestemd, is het wetsvoorstel doorgestuurd naar de Eerste Kamer, die zich nog over de wet moet uitspreken voordat deze definitief in werking kan treden.
Voorstanders: meer kwaliteit en een stabiele financiering
Voorstanders zien de hervorming als een kans om de lokale journalistiek toekomstbestendig te maken. Door de financiering van gemeenten naar het Rijk over te hevelen, moeten streekomroepen minder afhankelijk worden van lokale politieke keuzes en ontstaat volgens hen meer financiële zekerheid.
De VVD noemt de landelijke financiering een belangrijke stap om de onafhankelijkheid van de lokale journalistiek te versterken. Wel vindt de partij dat extra middelen daadwerkelijk moeten worden besteed aan journalistiek en niet aan extra bestuur of overhead.
Ook NSC steunt de hervorming en benadrukt het belang van een sterke, onafhankelijke lokale journalistiek. Volgens de partij moet de nieuwe organisatie leiden tot kwalitatief betere nieuwsvoorziening voor inwoners.
D66, GroenLinks-PvdA, Volt en de ChristenUnie zien eveneens voordelen in professionalisering en samenwerking. Zij verwachten dat grotere streekomroepen meer journalistieke slagkracht krijgen en beter in staat zijn hun publieke taak uit te voeren.
Steun met duidelijke voorwaarden
Een aantal partijen ondersteunt de hervorming, maar plaatst daarbij kanttekeningen. De BBB vindt dat schaalvergroting niet ten koste mag gaan van de lokale identiteit. Dorpen, streektalen, verenigingen en lokale tradities moeten volgens de partij zichtbaar blijven binnen de nieuwe streekomroepen. Ook het CDA steunt de wet, maar wil garanties dat kleinere gemeenten en dorpen voldoende aandacht blijven krijgen. De partij verwijst daarbij naar eerdere zorgen van de Raad van State over de lokale verankering. De SGP en JA21 stemden eveneens vóór, maar benadrukken dat de binding met de lokale samenleving behouden moet blijven.
Tegenstanders vrezen verlies van lokale identiteit
Hoewel de Tweede Kamer op 2 juli met ruime meerderheid instemde met de Wet versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, waren niet alle fracties overtuigd. De wet kreeg 113 stemmen vóór en 37 tegen. De tegenstemmen kwamen van PVV, Forum voor Democratie (FVD), DENK, Groep Markuszower en het lid Keijzer. Hun bezwaren liepen uiteen, maar draaiden vooral om de grotere rol van de overheid, de schaalvergroting van lokale omroepen en de vrees voor extra bureaucratie.
De PVV waarschuwde dat de nieuwe opzet leidt tot meer centralisatie. De partij vreest dat lokale omroepen minder zelfstandig worden door de grotere rol van de landelijke organisatie NLPO en stelde vragen over de extra kosten en administratieve lasten.
Ook FVD stemde tegen. Volgens die partij moet de overheid zich niet verder mengen in de organisatie en financiering van de lokale journalistiek. FVD vindt dat de wet het publieke mediabestel verder uitbreidt en daarmee de invloed van de overheid op de media vergroot.
DENK sprak zorgen uit over de gevolgen voor kleinere lokale omroepen. De partij vreest dat de vorming van grotere verzorgingsgebieden ten koste kan gaan van de lokale identiteit en de diversiteit van het media-aanbod.
Van Groep Markuszower en het lid Keijzer zijn tijdens de behandeling geen uitgebreide openbare stemverklaringen bekend, maar ook zij stemden tegen het wetsvoorstel.
Kamer kiest voor stabielere financiering van lokale media
Ondanks deze kritiek schaarde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer zich achter de wet. Opvallend was dat ook partijen als BBB en JA21, die zich geregeld kritisch uitlaten over de publieke omroep, vóór stemden. Zij vonden een stabielere financiering en een sterkere lokale journalistiek uiteindelijk zwaarder wegen dan hun bezwaren.
Partijen als VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP, SP, Volt, Partij voor de Dieren, BBB, JA21, 50PLUS en PRO vinden dat veel lokale omroepen al jarenlang kampen met onvoldoende financiële middelen en een grote afhankelijkheid van gemeentelijke financiering. Door de bekostiging voortaan rechtstreeks vanuit het Rijk te regelen, moet meer zekerheid ontstaan en kunnen omroepen zich beter richten op hun journalistieke taak.
Daarnaast steunen de voorstanders het streven naar één publieke lokale omroep per verzorgingsgebied. Volgens hen maakt dat het mogelijk om kennis, personeel en middelen te bundelen, waardoor meer professionele journalistiek kan worden bedreven en inwoners beter worden geïnformeerd over besluiten van gemeenten, provincies en andere lokale overheden.
Tijdens de behandeling benadrukten verschillende partijen dat sterke lokale journalistiek essentieel is voor een goed functionerende democratie. Lokale media houden bestuurders kritisch in de gaten, brengen inwoners op de hoogte van ontwikkelingen in hun omgeving en bieden ruimte aan maatschappelijke discussie. De wet moet ervoor zorgen dat lokale omroepen die rol ook in de toekomst kunnen blijven vervullen.
Wel plaatsten verschillende voorstanders kanttekeningen. Zo vroegen onder meer VVD, BBB, JA21 en CDA aandacht voor het behoud van de lokale identiteit van omroepen en voor een zorgvuldige uitvoering van de schaalvergroting. Zij wilden voorkomen dat kleinere gemeenten of kernen minder herkenbaar worden in de berichtgeving.
Ondanks die aandachtspunten concludeerde een ruime Kamermeerderheid dat de voordelen van de wet zwaarder wegen. Met de nieuwe financiering en een professionelere organisatie verwachten de voorstanders dat de kwaliteit en continuïteit van de lokale publieke journalistiek aanzienlijk worden versterkt.
Balans tussen professionalisering en lokale identiteit
Ondanks de verschillende politieke standpunten bestaat er brede overeenstemming over één punt: sterke lokale journalistiek is belangrijk voor de democratie. De discussie gaat vooral over de vraag hoe die het beste georganiseerd kan worden.
Voorstanders verwachten dat grotere streekomroepen, landelijke financiering en een professionelere organisatie zorgen voor meer kwaliteit en continuïteit. Tegenstanders vrezen juist dat schaalvergroting ten koste gaat van de lokale identiteit, de betrokkenheid van vrijwilligers en de band met inwoners.
Met de invoering van de Wet versterking lokale omroepen zal de praktijk moeten uitwijzen of de nieuwe organisatie daadwerkelijk leidt tot sterkere lokale journalistiek, zonder dat de lokale wortels verloren gaan.
Eerste Kamer
Het wetsvoorstel wordt in het najaar behandeld door de Eerste Kamer. Als de wet vóór 1 november 2026 wordt aangenomen, treedt zij op die datum in werking en gaat het nieuwe stelsel in op 1 januari 2028. Wordt de wet later vastgesteld, dan verschuift de invoering naar 1 januari 2029.
Ontdek meer van Emmen Actueel
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




